Op de kaart van 1800 staat op deze plek ook al een woning ingetekend. Het huis staat nog op dezelfde plek, maar gedurende twee eeuwen is aan het pand veel veranderd, uitgebouwd en vervangen. Ondanks die aanpassingen is het het huis gebleven van steeds dezelfde familie, een familie van vissers, boeren en klompenmakers.
In de eerste opgave van het kadaster van begin 19e eeuw wordt de visser Andries Gerritse van der Pluijm genoemd als eigenaar van de percelen F33-35. Hij is getrouwd met Adriana (Rijke Jana) van der Pluijm. Andries is de zoon van Gerrit Teunisz (1776-1810) en Anna Lijnsvelt (1785-1866). Gerrit sterft vroeg en laat alleen schulden na. De kinderen, twee jongens, worden dan onder voogdij geplaatst van o.a. hun opa Antonius Theunisse van der Pluijm. Deze Antonius, ook visser, woont aan de Ka maar in een ander huis. (Zie huisnrs 16-24.) Als hij in 1816 sterft laat hij alles na aan zijn vrouw en kinderen én aan zijn twee vaderloze kleinzonen, Andries en Teunis. Teunis is de oudste. Hij trouwt met Adriana Lensvelt. (Zie huisnrs 32-40).
Andries Gerritse sterft al op 33-jarige leeftijd. Uit de memorie van successie blijkt dat hij zijn vrouw en vier kinderen de percelen F33-F35 (met daarop nr 10) nalaat. Later, in 1872 verkopen de vier kinderen uit het eerste huwelijk deze percelen aan Regina en Adriaan uit het tweede huwelijk van hun moeder. Zij verkopen dan ook percelen aan het Sluiske, die dan nog op Andries' naam staan. Zie hiervoor Sluiske huisnr 8.
Zijn vrouw Adriana hertrouwt in februari 1844 met de visser Cornelis van der Pluijm (1812-1892). Zij krijgen nog drie kinderen, waaronder de jongste zoon Adriaan, die tot aan zijn dood dit huis bewoond.
Gezin van Andries Gerrits van der Pluijm en Adriana van der Pluijm
Op de eerste kadastertekening is ook nog een perceel F35a te zien. De eigenaar van dit huis en erf is Richardus Andries van der Pluijm. Dit huisje bestaat al lang niet meer. Bij de eerstvolgende vermelding in de kadastrale legger is F35a ook eigendom geworden van Andries Gerritse.
Minuutplan (eerste kadasterkaart) van begin 19e eeuw
Achter huisnummer 10 stond de oude klompenmakerij van mijn opa en overgrootvader. Het huis, althans een deel ervan, dateert al van voor 1800
In het bevolkingsregister van 1890 staan Adriana, haar tweede man Cornelis en hun jongste zoon Adriaan genoemd als bewoners van huisnr 10 (C162). Cornelius sterft in 1892. Jana sterft in 1901. Zij wordt 94 jaar oud.
Bidprentje van Cornelis van der Pluijm, echtgenoot van Rijke Jana
Het haventje; op de achtergrond is nr 10 zichtbaar met voor het huis de boomstammen voor de klompenmakerij
In 1889 is er in het kadaster sprake van stichting en herbouw. Betekent dit dat het huis voor het grootste gedeelte uit 1889 stamt? Mijn vaders oma Janeke, een dochter van Ariaans halfzus, Anna Cornelia, zorgt voor Ariaan van Rijke Jana in de tijd dat hij ziek is. Na zijn dood laat hij Janeke en haar man het huis na.
In Adriaans' testament staat behalve het bestellen van dertig jaargetijden in de kerk, ook het volgende: "Ik wil en begeer, dat er dadelijk bij mijn overlijden zullen worden besteed vijftig gulden ten behoeve van de Afrikaanse Missiën met last om die gelden te besteden tot het vrijkopen van een slaaf, aan welke de naam Adriaan moet gegeven worden."
In het bevolkingsregister van 1890-1910 staat ook een huisnr C162a vermeld. Daar wonen op dat moment Dorus van Grita’s en Sien van Cato’s. (zie huisnr 46). Van Wim van Dortmont, hun kleinzoon hoor ik dat zijn vader (de Rooie Willem) altijd heeft gezegd dat hij hier geboren is. Na Dorus en Sien woont er volgens het bevolkingsregister een dienstbode op dit nummer.
Na Adriaan volgen nu mijn overgrootouders Johannes Rijkers (1865-1935) en Adriana Cornelia Maria van der Pluijm (1867-1921) als bewoners van dit huis. Zij zijn in november 1887 getrouwd en wonen eerst in bij de ouders van Janeke (zie huisnr 16-18). Zij krijgen een groot gezin.
Janeke werd door mijn vader aangeduid als Janeke den Eenduimer (naar haar vader Adriaan den Eenduimer). Maar Hans Rijkers meldt mij dat zij bij hem bekend is als Merie van Kee van Rijke Jana! De volgorde van haar voornamen is dan ook niet altijd hetzelfde: soms staat Adriana voorop, soms Maria....
Hannes is geboren in St Michielsgestel. In 1886 staat hij daar nog ingeschreven in het bevolkingsregister. Het jaar daarop trouwt hij in Dussen. Heeft hij in Dussen bij van Nunen gewoond? Mijn vader vertelt dat hij bij Willem van Nunen, klompenmaker te Dussen, werkte. Deze voegde hem toe dat hij zich niets in zijn hoofd hoefde te halen, dat alles gewoon bij het oude bleef, nu hij getrouwd was met familie van de baas. (De vrouw van de baas, Maria was een tante van Janeke.) In 1910 verhuizen zij van de Buitendijk naar de Visserskade. Hun jongste zoon wordt daar geboren. Vanaf dan wordt nummer 10 de klompenmakerij.
Zijn drie zonen, die niet voor het religeuze leven kiezen, helpen in de klompenmakerij. Jan woont met zijn vrouw Greta nog een tijd bij hem in.
Gezin Johannes Rijkers en Adriana Cornelia Maria van der Pluijm
Na de dood van Hanneske neemt Drik de klompenmakerij over. Hendrikus Wilhelmus (1893-1962), Drik is klompenmaker en kolenboer én hij is mijn opa. Hij trouwt in juni 1918 met Adriana Elisabeth van der Pluijm, het buurmeisje. In 1935 verhuizen zij met hun zes kinderen van het huis aan de Buitendijk (C114) naar de Visserskade. Mijn vader is op dat moment vijftien jaar. Behalve de klompenmakerij heeft mijn opa nog een kolenhandel en mijn oma een (heel klein) winkeltje.
Gezin Hendrikus Wilhelmus Rijkers en Adriana Elisabeth van der Pluijm
Drik Rijkers en Lisa van der Pluijm
Ook het sigarenmagazijn begon Drik al op C114 aan de Buitendijk
Na 1950
Na de dood van mijn oma in 1967, wordt het huis van mijn vader. Het wordt jarenlang verhuurd. In 1989 ben ik er komen wonen.