Wanneer je de bocht in de Visserskade net gepasseerd bent, vind je aan de rechterkant de huisnummers 16-18, 20 en 22-24. Ooit was al deze grond in handen van één eigenaar. Er stonden toen twee huizen op. Het huis dat vooraf ging aan het huidige pand huisnummer 20 is er pas later bijgebouwd. Het dateert uit 1905 en is een eeuw later alweer vervangen door het huidige, modernere huis.
De grond onder de huidige huisnummers 16-18, 20 en 22-24 was bij het begin van de negentiende eeuw in één hand, namelijk die van de visser Teunis van der Pluijm. Het bezat de percelen F24-F27. In mei 1816 overlijdt hij en wordt alles eigendom van zijn tweede vrouw Jenneke de Bodt. Zij is degene die als ‘weduwe van Teunis van der Pluijm’ vermeld staat als de eerste eigenaar van deze grond.
Minuutplan (eerste kadasterkaart) van begin 19e eeuw
Op een kaart van 1800 staat nummer 16-18 ook al. Dat komt overeen met het jaartal 1759 dat op de gevelsteen van huisnr 18 staat te lezen.
Na Jenneke de Bodt worden deze percelen eigendom van de ongehuwde landbouwer Jan Teunisse van der Pluijm (1799-1877) Dit is, blijkens onderstaand fragment van een notarisakte, de zoon van de hierboven genoemde Teunis van der Pluijm, die na de dood van zijn moeder Jenneke deze percelen erft:
“De goederen omschreven onder den eersten en tweeden koop. Uit de nalatenschap zijner moeder Jenneke de Bodt, weduwe Teunis Teunisse van der Pluijm te Dussen, blijkens testament verleden voor den te Dussen gevestigd geweest zijnde Notaris Dionisius Middelkoop, den zes en twintigsten julij achttienhonderd zeven en twintig.” (uit akte finale verkooping 24 juli 1877)".
Het vreemde is dat er in het kadaster nog een tweede Jan Teunisse van der Pluijm staat, die een weduwe Johanna Staal zou hebben achtergelaten. De zoon van Jenneke de Bodt sterft echter ongehuwd in 1877!
Er bestaat overigens wel een Jan Teunisse van der Pluijm die getrouwd is met een Johanna Staal. De vraag is of ook hij nog even eigenaar is geweest van deze percelen.
Na de dood van de ongehuwde Jan, in 1877, worden zijn bezittingen verkocht. O.a. de twee huizen en erven aan de Visserskade. De percelen worden in twee delen verkocht aan twee broers, zonen van een derde (!) Jan Theunisse van der Pluijm en zijn vrouw Anna Agatha van der Pluijm (zie huisnr 42-44), de ouders van mijn betovergrootouders.
F26 en F27 gaan naar Adriaan Jan Theuniszoon van der Pluijm (zie huisnr 16-18)
F24 en F25 gaan naar Gerrit Jan Theuniszoon van der Pluijm (zie huisnr 22-24)