We zijn aangekomen bij het einde van de doodlopende Visserskade. Op de laatste percelen stond in het begin nog maar één huis, waar nu het pand met de huisnrs 46-48 staat.
Minuutplan (eerste kadasterkaart) van begin 19e eeuw
In de eerste opgave van het kadaster van het begin van de 19e eeuw wordt de visser Willem Andries van der Pluijm gemeld als eigenaar van de percelen F12, 12a en 12b. Het gaat om een huis (het latere pand 46-48), tuin en een perceel hakhout.
Deze Wilhelmus van der Pluijm is de enige zoon van Andries van der Pluijm (zie huisnr 44). Hij is op 11 november 1814 getrouwd met Wilhelmina Lensvelt (1790-1866), dochter van Simon Lensvelt en Petronilla Schippers. Willem en Wilhelmina wonen in het huis dat nu gesplitst is in huisnummer 46-48.
Gezin van Willem van der Pluijm en Wilhelmina Lensvelt
Willem Andries overlijdt in juli 1869. Kort daarvoor is hij in het kadaster veranderd van eigenaar in erfpachter van zijn percelen. In 1870 worden deze percelen gesplitst. Zonen Andries en Willem worden eigenaar van het oorspronkelijke huis en de nieuw gevormde percelen F344-F348. Volgens het oudst bewaard gebleven deel van het bevolkingsregister wordt het huis dan bewoond door zoon Willem en zijn vrouw Petronella. In 1895 vertrekken zij met hun drie kinderen naar Schiedam.
Gezin van Willem van der Pluijm en Petronella van der Pluijm
De landbouwer Leonardus Johannes van der Pluijm koopt de rest. Er wordt ook meteen een nieuw huis op zijn perceel gezet. Dit wordt het latere huisnummer 50.