Na het huis (nr 30) op de hoek van de Visserskade staan langs de Bleeke Kil nog een paar huizen (huisnummers 32-50). In het begin van de negentiende eeuw waren deze percelen eigendom van drie Van der Pluijms. De percelen met het tweede huis na de hoek was het huidige huisnr 42. Het is een rijksmonument.
Minuutplan (eerste kadasterkaart) van begin 19e eeuw
nr 44 in de jaren zeventig
In de eerste opgave van het kadaster (rond 1832) wordt Andries Janse van der Pluijm), van beroep visser, gemeld als eigenaar van de percelen F13 en 14. Het gaat om een huis en erf met een perceel hakhout.
Andries wordt gedoopt op 5 februari 1762. Hij is de zoon van een zalmvisser op de Biesbosch, Joannes Willemzn van der Pluijm en Catharina Buijzers. Hebben zij dit huis gebouwd? Zij zijn op 2 oktober 1756 getrouwd. In 1873 wordt het huis en de percelen verkocht aan de weduwe Anna Agatha van der Pluijm.
Anna Agatha van der Pluijm, weduwe van Jan Teunis van der Pluijm, wordt weduwe in 1867. Kort daarvoor in hetzelfde jaar laat Jan Teunis Teunisse van der Pluijm het vruchtgebruik van al zijn goederen aan haar na. Er is dan in het testament sprake van nog vier thuiswonende kinderen: Johanna, Antonie, Gerrit en Jan Jansse van der Pluijm.
Gezin van Joannes van der Pluijm en Anna Agatha van der Pluijm
In 1875 wordt het huis gesplitst in twee delen, een groter en een heel klein deel (20 el groot) van het bestaande huis. Drie jaar later wordt dit alles door moeder Anna Agatha en kinderen verkocht aan de jongste zoon Antonie Johannis van der Pluijm.
Op 11 mei 1878 wordt het huis uit eigen hoofde en als gevolmachtigde van de andere erfgenamen door Anna Agatha verkocht aan haar zoon Antonie Johannes en zijn vrouw Cornelia van der Pluijm. Dit zijn Arno’s overgrootouders van vaderskant.
Toontje en Dien met hun dochters Tonia, Nelly, Anna, Cor, Dientje, Leentje en zoon Anton
Tot 1920 staan Antonius en Cornelia in het bevolkingsregister genoteerd als bewoners van dit pand.
In de periode 1920-1940 is er sprake van twee huisnummers, C225 én C225a. Op C225a staan Adriaan van Dinteren en Cornelia ingeschreven. Cornelia, de dochter des huizes is in 1921 met Adriaan van Dinteren getrouwd. Aan de andere kant van het huis wonen zoon Johannes en zijn vrouw Johanna voordat ze naar het kleine huisje verhuizen (huisnr 40).
Gezin van Adriaan van Dinteren en Cornelia van der Pluijm
Ze “ruilen dan huis” met broer Toontje en zijn vrouw Dien. In 1935 verhuizen deze naar de Buitendijk. Ze kopen het huis waar mijn vader tot aan die tijd heeft gewoond. Het gezin van mijn opa en oma verhuizen dan naar Visserskade 10.
Ook de namen van Henricus Wilhelmus van Balkom en Cornelia Adriana van Dortmont en van Johannes van Bergen en Petronella van Dortmont staan hier genoemd?
Op de archiefmiddag is ook het gezin van Frans van der Pluijm, getrouwd met Maria Wilhelmina Prinsen (zie huisnr 4-6) genoemd als bewoners van dit pand.
Na de dood van Cornelia van der Pluijm in 1922 wordt het huis gekocht door haar dochter Cornelia Joanna die in 1921 getrouwd is met Adriaan van Dinteren. Adriaan komt uit een groot gezin met vooral heel veel zussen. Hij heeft slechts één broer, Gerardus. hij is weduwnaar van Cornelia Nieuwenhuijsen, met wie hij een dochter heeft gekregen.
Dit zijn de bewoners uit mijn vaders tijd. Mijn vader beschrijft hoe je in het huis van Broer Hofmans binnenkwam in een grote ruimte met een grote taanketel. Blijkbaar bestond het huis uit een taanschuur, een klein voorhuis en een woning. Volgens mijn vader woonde alleen het gezin van Adriaan van Dinteren er in zijn tijd...
In 1950 staat A.A. van Dinteren zowel bij de nummers 42 als 44. Vader en zoon? Zijn oudste dochter Corrie vertelt dat haar ouders na hun huwelijk in 1921 inderdaad hier woonden. Het huis was gesplitst. Tot aan de watersnood woonden zoon Adriaan met zijn gezin op nummer 42. Zijn oudste twee kinderen zijn daar geboren. De jongste twee op nummer 30. In 1959 verhuisde het gezin naar Geertruidenberg.
"Op 44 woonden mijn opa en oma, wij woonden op nr. 42 tot aan de watersnood in 1953 hebben we daar gewoond. Ik weet nog dat ik in de bedstee lag en Hendrik van Balkom kwam waarschuwen met een luide bons op de deur dat we naar boven moesten want het water kwam, ik was toen bijna 4 jaar en heb nog veel herineringen aan de watersnood".
Gezin van Adriaan Antonius van Dinteren en Cornelia Nieuwenhuijzen/Joanna Cornelia van der Pluijm
Adrianus van Dinteren en zjin vrouw Cornelia Joanna van der Pluijm
Broer Hofmans (Adriaan van Dinteren)
en zijn zoon Adriaan aan het werk
inschrijving voor dienst (Landstorm) in 1920 van Adrianus van Dinteren
Na 1950
Na de dood van Cornelia in 1967 wordt het huis verkocht aan Martinus Adema (1921), grossier. Als hij het huis koopt bestaat het pand nog uit twee apart te bewonen delen. In 1971 meldt het kadaster dat ze verenigd zijn. In 1972 wordt er een stichting (bouw van de garage/vakantiehuis?) en verbouwing gemeld.
Dit huis is sinds 1970 een monument . Het staat beschreven in het boek van Geke van de Merwe: “Van huis uit; huizen en hofsteden in het Land van Heusden en Altena”.
In 1973 verkoopt Adema het huis aan Sybertus Huijsmans (1951), slager. In 1977 verandert deze man zijn naam in Sybertus Johannes Adema.
In 1978 is het huis verkocht aan Dr. Willem Albertus Versteegh (1930). In het hiervoor genoemde boek van Geke van de Merwe is er sprake van een tandarts maar in het kadaster staat hij vermeld als oogarts. De huidige bewoners hebben het van hem gekocht.