Op dit moment staan er in de bocht van de Visserskade tussen huisnummer 10 en huisnummer 16-18 geen huizen meer, maar lange tijd hebben daar nog twee huizen gestaan. De tweede vanuit het dorp gezien was huisnummer 14. Hier woonde lange tijd het grote gezin van Jacobus van Dortmont en Elizabeth Kouwenberg. Mijn vader noemde hen Kobus en Bet.
Huisnr 14
Tijdens de watersnood werd ook dit huis geraakt. Het werd waarschijnlijk niet onbewoonbaar. Het staat althans niet op de lijst met uitzonderingen die in de krant verscheen op 16 februari 1953. Het bericht hiernaast deelden aan alle bewoners mee dat ze weer naar huis mochten. enkele adressen werden echter uitgezonderd zoals nummer 12, maar nummer 14 stond niet op deze lijst.
Op de kaart van 1800 is in de bocht van de Visserskade ook geen bebouwing ingetekend, maar kort daarna, bij het begin van het kadaster, stond er al wel een huis. Dit huis, erf en een perceel met wilgenbos (F28-F29) was eigendom van de visser, Adrianus Willemse van der Pluijm. Hij is in 1802 getrouwd met Petronella van der Pluijm, een dochter van de buurman van huisnr 28.
gezin van Adriaan van der Pluijm en Petronella van der Pluijm
Minuutplan (eerste kadasterkaart) van begin 19e eeuw
Hiernaast: schilderij gemaakt door Rinus van Dortmont, jongste zoon van Kobus en Bet.
In 1856 overlijdt Adriaan Willemse, waarna deze percelen verkocht worden aan Willem Andries van der Pluijm. Visser Willem Andries van der Pluijm (1790-1869), niet te verwarren met de zoon van de vorige eigenaar Willem Adriaanse van der Pluijm, is getrouwd met Wilhelmina Lensvelt (1790-1866). In 1867 verkoopt Willem deze twee percelen met een huis, erf en wilgenbos alsnog aan de zoon van Adriaan Willemse, Willem Adriaanse van der Pluijm.
Gezin van Willem Andries van der Pluijm en Wilhelmina Lensvelt
Visser Willem Adriaanse van der Pluijm (1803-1884), die bij het overlijden van zijn vader deze percelen misschien niet zelf kon kopen, kan dat nu wel. Bij zijn overlijden in 1884 worden in het kadaster zijn erfgenamen, t.w. zijn nog levende kinderen Adrianus, Richardus en Petronella genoteerd als eigenaar. Ze zijn ook in het bevolkingsregister van 1890-1910 terug te vinden. Ze zijn alle drie ongehuwd en staan hier met zijn drieën (plus hun tante Maria van der Pluijm, die in 1892 overlijdt) ingeschreven op C164 (huisnr 14).
Richardus overlijdt in 1900. In 1902 besluiten Adrianus en Petronella hun huis en land te verkopen. Uit het koopcontract blijkt dat Petronella niet kan ondertekenen ‘uit hoofde van onkunde in het schrijven en naam tekenen’. Broer en zus blijven hier nog een flinke tijd wonen. Richardus en Adrianus overlijden op dit adres. Hun jongste zus Petronella overlijdt op 74-jarige leeftijd, als kostgangster in het Liefdesgesticht aan de Kerkstraat. Zij is de laatste van dit gezin. Er zijn geen nakomelingen.
gezin van Willem Adriaanse van der Pluijm en Petronella van Herp
Kerkstraat met voor de kerk rechts het klooster van de Zusters van liefde, 1915 (bron: Salha)
In 1902 koopt landbouwer Gerrit Evertse van Dortmont (1892-1912) dit huis en land van de kinderen en erfgeamen van Willem Adriaanse van der Pluijm, Adriaan en Petronella van der Pluijm voor elfhonderd en dertig gulden.
Gezin van Gerrit Evertse van Dortmont en Johanna van den Broek
Hij koopt het niet om er zelf in te gaan wonen, maar voor zijn kinderen, bijvoorbeeld voor zijn zoon Jacobus van Dortmont, die in juli 1893 is getrouwd met Elisabeth Kouwenberg uit Lage Zwaluwe. Het jonge stel woont op dat moment nog in bij vader van Dortmont aan de Buitendijk, maar verhuist later naar dit pand. Wonen zij hier tegelijkertijd met Richardus, Adrianus en Petronella? Mijn vader noemt ze Kobus en Bet. Net als in de familie van Hannes (nummer 10), kiezen hier vier kinderen voor het religieuze leven. Zij hebben zestien kinderen.
Vader Gerrit koopt er in 1903 ook nog het buurpand bij (F530). Dat wordt later eigendom van zijn andere zoon Antonie van Dortmont en zijn vrouw Petronella de Bodt (huisnr 16-24)
Achterste rij van l.naar r.: Gert, Evert, Koos, Antoon, Arjaan, Frans, Theodoor, Jan en Marie Middelste rij: Rinus, Pietje, Anneke, Liza, Coba, Truus en Marie Zittend: Kobus, Bet (Jans ontbreekt)
Evert, Rinus, .. en Bet achter het huis
Bij van Dortmont zat de haan vaak op de poort. Iedereen was er bang van. Als je binnen wilde komen kon hij je aanvallen!
Rinus en Frans
Bet met zeven van haar kinderen voor nr 14
Tbc-huisje met Marie van Dortmont
Tuberculose was een gevaarlijke, besmettelijke ziekte waaraan veel mensen stierven. Door patiënten te isoleren werd besmetting voorkomen. Vanaf het begin van de twintigste eeuw gingen kruisverenigingen praktische hulp verlenen in de vorm van voorlichting en hulpmiddelen. Tbc-huisjes stonden bij elkaar op het terrein van een kruisvereniging. Soms stond een tbc-huisje bij een boerderij wanneer één van de bewoners aan tuberculose leed. Patiënten die thuis niet goed konden worden verzorgd, kregen hier rust en zuivere lucht. Het huisje was draaibaar om zoveel mogelijk van zon te kunnen profiteren en de ingang uit de wind te kunnen zetten. Vaak lagen patiënten hier maandenlang om hun gezondheid terug te krijgen.
Na 1950
Tante Miets, echtgenote van Rinus van Dortmont, meent te weten dat het huis na 1953 nog bewoond is. Ook Joke Vissers en haar zus denken nog na die tijd bij tante Pietje op bezoek te zijn geweest.
In de lijst van 1950 staat als bewoner G. van Dortmont. Dat zal Gerrit zijn.
In de Watersnoodramp van 1953 wordt dit huis, samen met het buurhuis zwaar getroffen.
Complete rietschelven dreven over de Dijk. Daarachter zie je huisnr 14 met de kleine uitbouw waar de schoenmakerij van Evertje was.
In 1981 wordt het verkocht. Het perceel bestaat dan nog uit bomen en riet. De eigenaren zijn Everardus (overleden in 1950), Gerardus (overleden in 1979) en de laatste Petrus Adrianus Theuns (overleden in 1981), echtgenoot van .
De grond werd gepacht van het rijk.