Perceel F24-25 (waar nu het pand met huisnummers 22-24 op staat) wordt in 1877 gekocht door Gerrit van der Pluijm, broer van Adriaan den Eenduimer. Dit huis wordt in 1878 herbouwd. Gerardus van der Pluijm (1846-1930) is visser, landbouwer en koffiehuishouder. Hij trouwt in mei 1872 met Cornelia van Dinteren (1851-1910). Cornelia is een dochter van Adrianus Corneliszn. van Dinteren van huisnr 1-3. Zij is landbouwster en bierhuishoudster.
In augustus 1905 vertrekken Gerrit en Cornelia met hun jongste kinderen naar Rotterdam. Ook twee dochters komen vanuit hun dienstjes in Geertruidenberg naar Rotterdam. Het bevolkingsregister heeft C168 (nr 22-24) doorgestreept en vervangen door C78? Zijn zij voor hun vertrek nog een keer verhuisd? Volgens hun Rotterdamse gezinskaart komt Gerrit in oktober 1914 (zijn vrouw, Cornelia sterft in 1910 in Rotterdam) weer terug naar Hank, naar het adres de Steeg 101 (Kerkstraat). Hij trekt daar in bij zijn zoon Adriaan. Wanneer die met zijn gezin in 1923 naar Dordrecht vertrekt, gaat hij mee. In Dordrecht verkoopt Adriaan vis vanaf een visvlot in de Knolhaven.
huisnr 22-24 in de winter
Huisnr 22-24 in de zomer
Foto links: het visvlot in Dordrecht. Helemaal rechts staat Adriaan met links naast hem zijn zoon Theo. Achter de vouw in de foto staat de opa van Arno, Antonius Johannes van der Pluijm (zie nr 40). Blijkbaar leverde hij ook vis aan Adriaan.
Het huis wordt verkocht aan de visser Johannes Antonie Johanneszn. van der Pluijm (1875-1917). Jan is een zoon van Antonie Johannes (zie huisnr 42-44). Hij trouwt in april 1902 met Maria Leeggangers (1879-1972). Zij krijgen acht kinderen.
Nieuwsblad 31-03-1917
In oktober 1916 verdrinken Jan en zijn oudste zoon. Klik hier voor het berichtje in "onze zoetwatervisserij". Jan wordt pas maanden later teruggevonden. De vader van Arno vertelde dat, toen op die dag de hond alleen naar huis kwam, iedereen al het ergste vreesde.
Jan van der Pluijm, de zoon van Willem, vertelde mij dat zijn opa en zijn oudste zoon gingen vissen. Ze waren op weg naar de Vischplaat. Het werd heel slecht weer. Om te kunnen schuilen in de haven van Drimmelen moesten ze het water oversteken. Ze zijn toen omgeslagen. Ze konden alletwee zwemmen maar hadden lieslaarzen aan. Zijn opa is pas na een half jaar door rietsnijders in het riet gevonden. Over de hond vertelt Jan dat hij diezelfde dag om18.00 uur thuiskwam. Hij kroop onder de kast en is er nooit meer onderuit gekomen. Hij is daar overleden.
Zoon Peer heeft weer een andere versie aan zijn zonen doorgegeven. Rien (van Peer van Mie van Jantjes) herinnert zich dat zijn vader de Jacomien - een meer westelijk gelegen plaat in de Biesbosch - aanwees als plek waar zijn vader was verdronken. Peers versie van het verhaal luidde dat Jan (en zijn zoon Antonius Johannes (1903-1916) komend vanaf de Merwede in de richting van Drimmelen/Hank de Amer op hebben willen varen, maar dat de twee samenkomende stromingen (van de Amer en van de Merwede) én de westelijke stormwind komende vanaf het grote water (Hollands Diep) de schouw hebben doen omslaan. Met de bekende fatale gevolgen.
Mie van Jantjes en haar schoondochter Koosje de Jongh en schoonzoon Piet de Wit. (een dochter van Jo, de jongste zoon van Mie, laat weten dat deze foto genomen is op 22 apr 1953, de huwelijksdag van haar ouders.)
Jan van der Pluijm
Jan voer in een zalmschouw zoals er een hiernaast op de foto staat. De man die in het water staat, is zoon Willem.
Gezin van Gerardus Felix van der Pluijm en Maria Leeggangers
Mie had een winkeltje. De deur zat aan de kant van nr 24. De zonen van Peer (van Mie van Jantjes) kwamen vaak logeren bij oma. Zij hebben een beschrijving gegeven van het winkeltje. Het was klein, zo'n 2,5 bij 2,5 meter. Er stond een grote rode koffiemaalmachine met een groot wiel eraan. De verf was er ver af. Er was een toonbank, verder schappen met losse kruidenierswaren: bonen, bloem, rijst, zout, suiker, soda. Ook stond er een balans met losse gewichten. Die stonden in een houten blok oplopend in gewicht. Er was ook wat verpakte waar: bv Persil. Aan de muur buiten hingen emaille reclameborden. Daar ontving Mie een kleine vergoeding voor. Het winkeltje verhuisde mee naar de Buitendijk met Piet de Wit en dochter Tonia.
Had Mie ook inwoners? Op een deblokkeringsaanvraag bij de geldzuivering (nov 1945) staat J.A. Huigen (bewaker) genoteerd op dit adres, C216.
Bruiloft van Piet en Tonia
Op de achtergrond het winkeltje van Mie. Als je goed kijkt zie je de emaillen reclameborden.
Na 1950
Rond 1950 verhuist Mie met haar nog thuiswonende zoon Cor naar het Rietwerf. Ze woonde daar bij haar zoon Nol (den Bakker). Mie heeft nog lang meegeholpen met aardappels snijden voor de snackbar.
Het huis wordt in 1949 verkocht aan de timmerman Petrus Jacobus Prinsen, die zelf nog met broer en zus in het ouderlijk huisnr 20 woont.
Op de lijst van 1950 staat op huisnr 22 C.J. Lensvelt als bewoner genoemd en op huisnr 24 C.M. Prinsen.