Huisnrs 22-24 en 20
Huisnr 20
In 1903 verkoopt Adriaan van der Pluijm, den Eenduimer, het enige huis op het perceel aan Gerrit Evertse van Dortmont. Dit wordt wat nu huisnummer 16-18 is. Een klein stukje van het perceel blijft eigendom van Adriaan van der Pluijm, waar hij met zijn vrouw blijft wonen. In 1905 wordt dit verkocht aan Mie van Jantjes zodat huisnr 22-24 een beetje groter kan worden.
De rest van het perceel wordt in 1903 gekocht door de arbeider en riethandelaar, Willem Prinsen (1849-1927). Hij laat er in 1905 een huis op bouwen.
Hij is in februari 1873 met Cornelia Penninx (1845-1914) getrouwd. Zij wonen eerst op huisnr 4-6, maar staan later (bevolkingsregister 1910-1920) hier ingeschreven). Na de dood van Cornelia, woont Willem bij zijn zoon Wilhelmus Johannes in.
Zijn zoon Cornelis Prinsen (1878-1966) volgt hem als eigenaar op. Knellis is schipper. Hij heeft een vrachtzeilschip en vaart vrachten bieten en riet. Hij trouwt in juli 1904 met Hendrika Maria (Mie) van Gerven (1881-1957). In het begin van hun huwelijk wonen ze op een ander adres aan de Visserskade, huisnr 26 en/of 28. Hun eerste twee kinderen worden daar geboren.
Gezin van Cornelis Prinsen en Hendrika Maria van Gerven
In 1907 koopt Knellis een open, stalen boeieraak (12 m lang, 3 meter breed), de Maria. (bron: scheepsmetingsdienst)
Behalve Piet de timmerman, gingen de zoons allemaal in het riet zoals hun vader. Zij voeren met het grote motorschip De Vijf Gebroeders, dat voor hun huis aan de Visserskade werd afgemeerd.
het motorschip De Vijf Gebroeders in de Postsloot voor nrs 20, 22-24
Na 1950
De ongetrouwde kinderen Prinsen blijven tot hun dood in dit huis wonen. De laatste is Piet. Hij wordt 95 jaar oud. Na zijn overlijden wordt het huis verkocht en afgebroken. De huidige bewoners zetten er een modern nieuw huis neer.
2002: Piet Prinsen voor zijn huis en in de werkplaats achter zijn huis (foto's Ch. Schoorl)