Huisnummer 1 aan het begin van de Visserskade
Hier volgt een lijstje met daarna een beschrijving van de opeenvolgende huurders/bewoners van huisnr 1
Henricus van Gerven en Anna Agatha van der Pluijm
Antonie van Dortmont en Petronella de Bodt
Adrianus van der Pluijm en Helena Nieuwenhuijsen
Janus Rijken en Marie van der Pluijm
NB Zie voor de eigenaren huisnr 1-3
Wanneer huisnr 1-3 opgesplitst wordt in twee woningen, wordt het deel met huisnr 1 (het dichtst bij het Sluiske) verhuurd aan de visser, stratenmaker Henricus van Gerven en Anna Agatha van der Pluijm. Zij is een nichtje van eigenaar Theodorus van Dinteren. Henricus is de broer van Kobus van Gerven, de tweede man van mijn vaders tante Lena (huisnr 2)
Henricus en Anna Agatha zijn in 1898 getrouwd en in dit huis worden hun eerste twee kinderen geboren. Samen met hun kinderen verhuizen ze in september 1900 naar Nijmegen, waaruit ze naar een jaar of vijf weer terugkeren naar Hank. In 1907 vertrekken zij opnieuw, nu naar Rotterdam. Daar overlijdt in 1910 Anna bij de geboorte van haar achtste kind. Ook het kindje overlijdt die dag.
Het bevolkingsregister 1910-1920 noemt hier Antonie van Dortmont en Petronella de Bodt als bewoners. Zij zijn op 15 juni 1900 getrouwd. Later wonen zij nog even op huisnummer C223 (huisnr 38) voordat zij zich op huisnr 16 (C213) vestigen.
Later woont hier Ariaan van Franskes ofwel Adrianus van der Pluijm. Ariaan is een visser/schipper. Als hij 38 jaar oud is, trouwt hij op 22 februari 1905 te Dussen met de 25 jarige Lena, Helena Nieuwenhuijsen.
Lena's haar
Kleinzoon Theo Adriaanse vertelt dat zijn oma Helena Nieuwenhuijsen lang en pikzwart haar had. Zij heeft dat mooie zwarte haar in een periode van armoede verkocht aan een pruikenmaker, die destijds één keer per jaar langs kwam om haar in te kopen. In de wetenschap dat het toch weer aangroeide, durfde Lena het wel aan. Maar vermoedelijk had ze toch spijt. Ze heeft het daarna in ieder geval nooit meer herhaald.
Uit het bevolkingsregister 1910-1920 blijkt dat Ariaan en Lena eerst “aan boord” van een schip woonden. In deze zelfde periode zijn zij aan wal gekomen. Tot in de periode 1920-1940 staan zij vermeld als bewoners van dit huis aan het begin van de Visserskade.
Ariaan en Lena
Op de bevolkingslijst van 1950 staat de weduwe M.C. Rijken-van der Pluijm genoteerd als bewoner van nummer 1. Dit is de weduwe van de landbouwer/polderwerker Adrianus (Janus) Rijken.
Een kleinzoon vertelt dat Maria, nadat hun huis aan de Peereboom in 1945 door de Duitsers was kapotgeschoten, hiernaartoe is verhuisd. Zij woont hier samen met haar dochter Jacoba Maria van begin 1946 tot 1954. Koosje vertrekt dan om met de weduwnaar Petrus Alphonsus Heijnen (1898-1975) te trouwen.
Verdrinking
Mijn vader noemde Adrianus en Maria: Janus en Marie van Mitte (haar moeder heet ook Maria). Janus en Maria waren de ouders van Piet (1911) en Wout (1908) die in 1930 alle twee verdrinken bij de terugkeer van hun werk in de Biesbosch. Hun vader Janus is een broer van Kees Rijken (zie huisnr 26).
Nieuwsblad 10-12-1930
Piet en Wout Rijken
De A. van Dinteren die in het krantenartikel hiernaast wordt genoemd is Adriaan "de Mottige". Mijn vader vertelde dat hij met de jongens in een kleine aak met aardappelen voer. Die zonk in de sloot van St Jan. Piet en Wout Rijken konden zwemmen maar verdronken. De oevers waren te steil. Adriaan kon niet zwemmen. Hij liet zich wegdrijven op de roeiriemen en werd gered. Opvallend was dat hij deze techniek al eerder in zijn leven op het Hollands Diep met succes had toegepast. Soms is het blijkbaar veiliger niet te kunnen zwemmen!