Hun huwelijksfoto.
Herinneringen van Jan Schouten, zoon van Frida van Lena
Eind 1939 leert mijn vader Johannes Adrianus Schouten geboren te Breda 26-02-1920 mijn moeder Godefrida Elisabeth van Dortmont geboren te Hank 11-09-1914 kennen. Mijn moeder werkte in die tijd als interne dienstbode bij bejaardentehuis Huize De Werve te Breda. Mijn vader was schilder. Na verkeringstijd trouwden zij te Breda op 8 maart 1943.
Zij kregen vier kinderen:
*Helena (1944)
*Ferdinand Franciscus (1945-1946)
*Johannes Adrianus (1949)
*Godefrida (1952)
Een paar dagen terug las ik een artikel over Hank. Onwillekeurig gingen mijn gedachten terug naar die tijd van het huisje aan de Visserskade waar mijn oma woonde. Dat witte huisje met rieten dak en groene luiken voor de ramen. Daar bij het Sluiske waar de roeiboten lagen. En waar de vissers in alle vroegte met bootkettingen rammelden. Vanuit het raampje boven kon ik hun stemmen horen en zag ik ze sjouwen met hun hengeluitrusting. In de avonduren kwamen ze terug en als de vangsten tegenvielen was er altijd nog het café van Dien van Balkom (rooie Dien). Nog hoor ik het grint op de dijk knarsen als er een sporadische auto door de smalle doorgang reed. Oma was altijd bang dat men tegen de gevel zou botsen.
Achter het huisje stond een enorme notenboom met daaronder enkele struiken kruisbessen. Een boom met sterappeltjes en een perenboom met suikerpeertjes. Ieder jaar tijdens de zomer mocht ik daar een paar dagen logeren. De vakanties werden door mijn vader gebruikt om het huisje een verfbeurt te geven te behangen of dingen te repareren. Moeder en de kinderen gingen bij de familie op de koffie. Rond het Sluiske heb ik veel fijne tijd doorgebracht. Het zijn kostbare herinneringen die ik koester en hoe ouder ik word hoe meer ik ze waardeer. Enkele jaren geleden ben ik naar die plek teruggegaan. Ik herkende het huisje niet meer en het “mooiste huisje van Hank” was niet meer. Met een brok in mijn keel ben ik omgedraaid.
Op de foto hiernaast zie je mijn oma. Helena van der Pluijm. Gehuwd met Franciscus van Dortmont en ivm zijn overlijden voor de tweede keer getrouwd met Koos van Gerven. Hier komen geen kinderen uit voort. Ik ken mijn oma alleen met zwarte kleren aan. Eeuwige rouw zal ik maar zeggen. En als ze haar haren kamde, rijkte het tot ver op haar rug. Daarna werd het heel kunstig in een wrong opgespeld. Hier is zij door mij rond 1966 achter haar huisje gefotografeerd.
Oma trouwt met Franciscus van Dortmont geboren 05-09-1875 op 09-05-1901. Franciscus wordt ernstig ziek en overlijdt op 04-04-1931 in een Bredaas ziekenhuis. Oma was 50 jaar en er was nog geen AOW. Het was de financiële omstandigheid die haar deed besluiten om nogmaals te trouwen. Haar tweede man stierf onverwachts op 24-04-1953. Oma en Franciscus krijgen veel kinderen. Uiteindelijk werden er maar 5 volwassen:
Johannes Marinus 07-01-1902 15-07-1956. Geh met Cornelia Helena van der Pluijm. Ome Jan en tante Cor.
Anna Maria Adriana 07-08-1904 28-07-1970. Geh met Cornelis Johannes van der Pluijm. Tante Annie en ome Cor.
Adriana Maria 20-05-1906 15-11-1993. Geh met Gerardus van Dortmont. Tante Jaantje en ome Gert.
Joannes Adrianus 11-09-1908 13-01-1961 Geh met Petronella Maria Schalken. Ome Joan en tante Pieta.
Godefrida Elisabeth 11-09-1914 15-07-1993 Geh met Johannes Adrianus Schouten. Mijn ouders.
Deze 5 gezinnen bepalen met hun kinderen mijn geschiedenis van de Hang. Ik zal ze een voor een beschrijven. Daarbij zal ik wat dingen beschrijven die ik mij nog kan herinneren.
Ome Jan en tante Cor Zij hadden 3 dochters: Helena Cornelia, Cornelia Helena en Francisca Simona. In dit gezin waren wat zaken die op mij indruk hebben gemaakt. Ome Johan is vroeg (1956) gestorven. Hem herinner ik me niet meer. Ik was toen 7 jaar. Als je binnenkwam werd je altijd begroet door een koerduif. Als je een vinger door de tralies stopte begonnen het beestje te “lachen”. Zo hadden ze ook een merel in een kooi aan de muur. In die tijd had tante Cor ook een hondje. Het beestje was een keer tegen een zeis opgelopen die iemand vergeten was binnen te leggen. Daardoor was zijn buik flink opengereten. Hij had het overleefd. Bij dit gezin woonde ook een oud vrouwtje in. Men noemde haar opoe. Haar onderste oogleden waren helemaal bloeddoorlopen. Ik vond dat griezelig. Ik denk dat dit de moeder van tante Cor was. Tegenover de dijk was een bootsteiger. Als het hoog water was ging ik met mijn hengeltje hier vissen. De gevangen vis nam ik mee naar mijn oma die ze bakte. Ik vis nog steeds. Het spreekt voor zich dat ik hier vaak kwam.
Tante Annie en ome Cor Mijn ouders waren aangewezen op het openbaar vervoer. Als we naar Hank wilden, gingen we eerst met de stadsbus naar het NS-stationplein. Dan met de bus naar Oosterhout en daar overstappen op een bus van de ALAD. De bus stopte op de Keizer Napoleonweg bij het café van Anton Leemans. Vanaf hier te voet naar de Visserskade. De bus ging in die tijd niet het dorp in. Toch een eindje lopen voor een klein manneke. Als je op de helft was, gingen we eerst naar tante Annie en ome Cor op de koffie. Zij woonden in de Julianastraat.
het gezin van Annie en Cor
Het was een groot gezin met 9 kinderen: Leentje, Simon, Frans, Cor, Richard, Door, Annie, Wim en Lia. Ome Cor liep mank want had een ongeval met een lier op een boot gehad. Als we geluk hadden waren een paar jongens thuis die in een band speelden. Dan gingen ze repeteren. In ieder geval weet ik dat Simon piano speelde. Volgens mij speelde hij ook orgel in de kerk van Geertruidenberg. Die was niet getrouwd en was meestal thuis. De man van Lia (Jan van Balkom) speelde saxofoon. Jan reed in die tijd een bromfiets van het populaire merk Royal Nord. Hij heeft mij een keer achterop genomen en vanaf tante Cor naar de Julianastraat gebracht. Ik weet zeker dat die bromfiets véél te hard reed. Frans is vaak bij ons in Breda op bezoek geweest. Ook toen tante Annie en ome Cor al overleden waren. Frans en mijn vader waren vogelliefhebbers en spraken veel over hun broedsuccessen. Vader was schilder en Frans had altijd wel vragen hierover. Door was getrouwd met Nillis (Cornelis) de Ruijter. Hij was een rasechte natuurmens. Zij woonden in Raamsdonksveer en hadden samen een boot. Een paar maal hebben ze mij meegenomen naar de Biesbosch. Als Nillis ’s avonds ging peuren mocht ik mee. (als ik maar stil was). Tegen de tijd dat hij genoeg had gevangen was ik helemaal wild gestoken van de muggen. Ik viste met een hengel, maar Nillis niet. Hij wist wel beter. Hij spande van de ene oever naar de andere een net en wachtte gewoon tot er genoeg voorns in zaten. Door hem is de hengelsport (zonder net) aangewakkerd. Tijdens hun vakantie (1984) in Zeeland is Nillis in zijn boot plotseling gestorven. Door heeft hem helemaal alleen naar huis gevaren.
Tante Jaantje en ome Gert Dit gezin bestond uit Nelly, Frans en Antoon. Zij woonden destijds op het Warmondplein. Antoon was ongehuwd. Nelly was getrouwd met Henk van Bavel. Henk had een zeer herkenbare zware stem. Frans woonde in Den Bosch. Ik heb hem maar een of twee keer gezien.
Ome Joan en tante Pieta Ome Joan was beurtschipper met als thuishaven Rotterdam. Hij voer met een binnenvaartschip vanaf Maasbracht. Zij kregen 5 kinderen. Wies, Lenie, Corrie, Frans en Ria. Ome Joan overlijdt als ik 12 jaar ben op 13-01-1961. Het gezin woonde in een bovenhuis pal naast Station Blaak te Rotterdam. (inmiddels begin 1970 gesloopt) De naam van de juiste straat ben ik kwijt. We zijn een paar keer op visite geweest en konden dan blijven slapen. Van slapen kwam bij mij weinig terecht. Er kwamen constant treinen het station in en uit gedenderd. Blaak was een stalen constructie boven het straatniveau zoals je ze in de grote steden van Amerika nog ziet. In vergelijking met Hank was Breda een grote stad, maar Rotterdam was andere koek. We kregen een rondleiding door de stad. Het beeld van Zadkine, de Maastunnels, de Maasbruggen, Feyenoord stadion, de havens met de enorme zeeschepen. We keken onze ogen uit.
De zus van mijn oma was Adriana Elisabeth van der Puijm (Lisa). Mijn moeder noemde haar uiteraard tante Lisa. Zij woonde ook op de Visserskade. Ik ben er vaak met mijn moeder en oma en mijn zusje geweest. Ik weet nog goed dat tante Lisa een prachtige opgezette sneeuwuil op een kast had staan. Ik sprak er dikwijls over.
Mijn moeder was de jongste uit het gezin en is op 11 september 1914 geboren, terwijl de oudste al op 9 mei 1901 geboren was. Dit leeftijdsverschil speelde een grote rol in de verhouding van de Hankse neven en nichten en ons gezin. Want toen ik nog een kind was, waren de meesten uit Hank al getrouwd. Mijn moeder is op 15-07-1993 gestorven en mijn vader op 22-08-1998.
Mijn oma is op 12-08-1970 gestorven en tante Annie was een maand daarvoor op 28-07-1970 gestorven. Deze twee gebeurtenissen hebben mijn moeder erg aangegrepen. Het heeft een tijdje geduurd voordat ze weer naar Hank wilde gaan. Toen haar andere zus, tante Jaantje, in 1993 dood ging zijn we hierna misschien nog een enkele keer naar Hank geweest. Maar ja, zo gaan vaak dit soort zaken. Uit het zicht, maar niet uit het hart. Iedereen mag gerust weten dat ik dikwijls aan mijn jeugd denk. En speciaal aan Hank waar ik dierbare herinneringen aan heb.
En het toeval wil dat, toen ik mijn familie van mijn vaders kant ging uitzoeken, het volgende bleek. Al mijn voorvaders in de periode 1834 tot 15de eeuw kwamen allemaal uit Geertruidenberg. Het waren zalmvissers, scheepstimmermannen en eigenaren van een scheepswerf. De namen Van Dortmont, Van der Pluijm en Schouten van mijn familie hadden allemaal op een of andere manier met de Biesbosch te maken. En dit is waarschijnlijk de reden dat het water mij altijd heeft aangetrokken.
Jan Schouten
november 2014