Registratie van vissersvaartuigen
Arie van de Ree
In 1825 is bij Koninklijk Besluit nr. 66 een begin gemaakt om zaken betreffende de visserij (De visserijwet) te regelen. Hierin wordt alleen over zee- en binnenvisserij en nog niet over kustvisserij gesproken. Tot 1881 bleef deze regeling bestaan.
schippers op het Hollands Diep door Bernard Koldewij (Dordrechts Museum)
Na 1881 werd de visserijwet uitgebreid, hierin stond o.a. dat de visser een akte van consent diende te bezitten. Ook moest zijn schip geregistreerd staan, het een en ander werd in artikelen beschreven. Op 6 oktober 1908 (Staatsblad nr. 311) werd ook de kustvisserij erbij gevoegd en werd de visser verplicht tot het in bezit hebben van een consent. Vissersschepen moesten in het vervolg het letterteken voeren van de gemeente waar ze waren ingeschreven. Daarnaast ook het nummer waaronder ze ingeschreven waren. Het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid had hiervoor een lijst met lettertekens vastgesteld en in de Staatscourant van 15 augustus 1912 (nr.190 bij beschikking nr.5030) gepubliceerd. De gemeenten moesten een register aanleggen waarin de schepen met een doorlopend nummer werden geregistreerd. In dit register werden de naam en adres van de
eigenaar beschreven. De plaats van de registratietekens werd verplaatst van achtersteven naar weerszijden van de boeg en aan weerszijden van het grootste zeil.
Plaatsing lettertekens
Pas op 12 juni 1911 bij Koninklijk Besluit ( nr. 144) was alles nauwkeurig geregeld. In artikel 9 van de Algemene Maatregel van Bestuur staat o.a beschreven hoe de lettertekens moesten worden geplaatst.
1. Het letterteken en het nummer van het vaartuig staan ter wederzijden van
De HD 18 uit Hardinxveld
De DD13 uit Dordrecht
2. Het letterteken en het nummer moeten geschilderd zijn in witte olieverf op een zwarten ondergrond en de navolgende afmetingen hebben: voor vaartuigen met een bruto inhoud van
42,45 m3 of meer, hoog 45, dik 6 cm.
16 tot 42,45 m3, hoog 20, dik 4 cm.
beneden 16 m3, hoog 10, dik 2 cm.
3. Dezelfde lettertekens en nummers moeten in olieverf geschilderd zijn aan weerszijden in het midden van het zeil 30 cm boven den hoogste rifband. Zij worden op witte zeilen en op zeilen, die de oorspronkelijke kleur van zeildoek hebben, in zwarte verf geschilderd, op zeilen van een andere dan de zo-even genoemde kleuren, in witte verf, tenzij door het districtshoofd een andere kleur wordt bepaald.
4. Het letterteken en het nummer op de zeilen moeten de navolgende afmetingen hebben: voor vaartuigen met een bruto inhoud van
42,45 m3 of meer, hoog 60, dik 8 cm.
16 tot 42,45 m3, hoog 40, dik 8 cm.
beneden 16 m3, hoog 25, dik 4 cm.
5. Een stoomvaartuig moet het letterteken en het nummer, behalve ter wederzijde van de boeg, in witte olieverf op een zwarte grond voeren ter hoogte van 30 en ter dikte van 4 centimeter op een ijzeren band, die op twee derde van de hoogte van den schoorsteen bovendeks, aan den schoorsteen met een tussenruimte van 5 centimeters is vastgeklonken.
6. Een roeiboot, die bij een kustvaartuig behoort, moet het letterteken en het nummer voeren van dat vaartuig.
7. De in de vorige leden genoemde getallen geven de kleinste afmeting aan, die de lettertekens en nummers mogen hebben. Zij moeten op den boeg zoveel groter genomen worden, als de beschikbare ruimte toelaat. De letters en cijfers moeten goed gevormd en duidelijk zichtbaar zijn. Hun onderlinge afstand mag niet kleiner dan 10 centimeters, de afstand tussen de lettertekens en het nummer niet kleiner dan 25 centimeters zijn, of wat de letters en cijfers aan den schoorsteen betreft, zoveel kleiner als in verband met de beschikbare ruimte nodig is.
Scheepsregistratiekaarten
Alle bij de gemeente ingeschreven schuiten werden ook op het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid in een kaartsysteem bijgehouden. Op deze kaarten, die zich thans in het Visserijmuseum inVlaardingen bevinden, staat vermeld wie de eigenaar is en waar hij woont, welke visserij hij uitoefent en met hoeveel personen, ook de inhoud van de schuit staat vermeld. Uiteraard ook het nummer waaronder het is ingeschreven en soms wat bijzonderheden zoals een consentnummer. Als de visser was ingeschreven in het visserijregister kon hij een consent aanvragen om te mogen vissen in kustwater. Het consent koste fl. 0,50 cent en was twee jaar geldig.
Kustwater
Wat kustwater werd genoemd, was in de Grensregeling der Kust- en Binnenvisserij aangegeven. (Kon. Besluit van 15 april 1911) In artikel 1. f en g staat het als volgt geschreven:
f. voor de Dordtse Kil: de lijn gaande van den lichtopstand op de punt van Willemsdorp haaks op de stroom. g. voor het Hollands Diep: de as van de spoorwegbrug aan den Moerdijk.
Uiteraard staan er nog meer stukken kustwater omschreven maar die zijn hier niet van belang. Van zaterdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur was het consent niet geldig en mocht er niet gevist worden. Bij de nummering was het de gewoonte om door te nummeren. Dit leverde hoge nummers op, omdat de opengevallen nummers niet opnieuw werden uitgegeven.
Later is men de vacante nummers toch weer gaan uitgeven, dit was begin 1900 nog niet aan de orde.
Een voorbeeld
Het visserijregistratienummer HD 1 nemen we als voorbeeld. Op 1 juli 1911 werd Hendrik Cornelis Klop ingeschreven in Hardinxveld en hij kreeg nummer HD 1. Op 1december 1933 werd hij overgeschreven naar een nieuw register. Vermoedelijk was dit naar aanleiding van een opschoning van het oude register. Op 12 augustus 1935 werd het nummer HD 1 opnieuw uitgegeven, maar dan aan Bart Vogel die in 1947 weer in een nieuw visserijregister werd ingeschreven. H.C. Klop is waarschijnlijk in 1935 gestopt met vissen, hij is 21 okt. 1938 op 70 jarige leeftijd overleden.
De vraag is nu, is de eerste schuit HD 1 dezelfde als de tweede? Meestal staat bij het stoppen van de visserij vermeld dat de schuit is verkocht naar elders. Dus als dit niet vermeld werd, kan de schuit naar de volgende HD 1 gebruiker zijn gegaan. Het is ook mogelijk dat de schuit verkocht is aan een onbekende visser in Hardinxveld en dat de nieuwe visser, in dit geval Bart Vogel, met een andere schuit werd ingeschreven onder nummer HD 1. Met dit stukje willen we aantonen, dat men met deze registratie zonder een koopcontract niet kan aantonen of de schuit van de eerste en tweede registratie dezelfde is. Helaas voor ons in deze tijd, want het maakt het zoeken naar historische bewijzen heel moeilijk.
Deze tekst is eerder verschenen in het boek “Drijverschuiten” geschreven door A. J. v. d .Ree, R. Eekels, E. v. Reijswoud en T. Hoogmoed.
de boeg 8 tot 10 centimeter onder het potdeksel, tenzij het boord van het vaartuig niet genoeg ruimte onder het potdeksel aanbiedt of het vaartuig geen potdeksel heeft, in welke gevallen het letterteken en het nummer hoger of op den bovenboei worden geplaatst.